fbpx Naschoolse kinderopvang Decreet van 3 mei 2019 | Bataljong Overslaan en naar de inhoud gaan

Naschoolse kinderopvang Decreet van 3 mei 2019

Home|Boost je kennis|Jeugdaanbod|Lokaal jeugdaanbod vormgeven|Naschoolse kinderopvang Decreet van 3 mei 2019

1°Het decreet inhoudelijk: lokaal, verbinding en kwaliteit 

Op woensdag 24 april 2019 keurde het Vlaams Parlement het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten goed. Het biedt besturen de mogelijkheid voor lokaal maatwerk, via een op te zetten lokale samenwerking tussen opvangvoorzieningen, scholen, en andere vrijetijdsspelers. Deze samenwerking moet vooral het kind ten goede komen en alle kinderen naschools alle kansen geven op ontplooiing en spelen.

Het decreet regelt de organisatie van naschoolse opvang (meer bepaald kleu­teropvang en opvang lager onderwijs) en de afstemming tussen allerlei buitenschoolse activiteiten. Het treedt uiterlijk op 1 januari 2021 in werking voor de organisatoren van een gesubsidieerd aanbod buitenschoolse opvang en voorziet een warme en zorgzame ‘transitie’ van maximaal 6 jaar. (lees financiering IBO’s e.d.).

Begin tijdig aan het beleidsproces hierrond want er zijn heel wat stakeholders te betrekken om dit kwalitatief vorm te geven!

Momenteel werkt Vlaanderen ook nog verder aan:

  • de uitvoeringsbesluit(en), o.a. voorwaarden kwaliteitslabel
  • wetenschappelijke onderbouwde indicatoren voor de subsidie (bereik)
  • een overgangsplan, o.a. budgettair groeipad
  • een inspiratiekader

Lees hieronder de antwoorden op volgende vragen bij dit decreet:

  1. Wat zijn de doelstellingen van dit decreet?             
  2. Wat wordt de opdracht voor het lokale bestuur?
  3. Wat zijn de 3 kernen van dit decreet?         
  4. Hoe wordt het decreet gefinancierd?       
  5. Wat zijn dé uitdagingen voor jeugdbeleid en wat is dan jouw rol?
  6. Waar vind je het decreet terug?

 

Wat zijn de doelstellingen van dit decreet? 

  1. Kinderen ontplooiingskansen en speelmogelijkheden aanbieden buiten de schooluren en buiten de middagopvang op school.
  2. Ouders de kans geven om te participeren aan de arbeidsmarkt of om een oplei­ding te volgen.
  3. Sociale cohesie en gelijke kansen bevorderen.

 

Wat wordt de opdracht voor het lokale bestuur? 

De opdracht van het lokaal bestuur bestaat er in de decretale opdrachten uit te voeren:

  • in samen­spraak met actoren die relevant zijn voor buitenschoolse activiteiten;
  • met bijzondere aandacht te geven aan kleuteropvang én aan kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
  • en het stimuleren van het multifunctioneel en efficiënt gebruik van infrastructuur.

 

Wat zijn de 3 kernen van dit decreet? 

Lokaal: Het lokaal bestuur neemt de regie op van buitenschoolse activiteiten. Het ontwikkelt een lokaal beleid en beslist over de besteding van de middelen. Hiervoor zullen lokale besturen middelen ontvangen.(Op termijn zullen organisatoren buitenschoolse kinderopvang niet meer gesubsidieerd worden door Kind en Gezin)

Verbinding: Een lokaal samenwerkingsverband (onderwijs, welzijn, jeugd, cultuur en sport) kan het lokaal bestuur adviseren en zal operationele acties coördineren;

Kwaliteit: er wordt een inspiratiekader buitenschoolse activiteiten ontwikkeld en organisatoren kleuteropvang kunnen, binnen een nog uit te werken regelgevend kader, een kwaliteitslabel krijgen van Kind en Gezin.

 

Hoe wordt het decreet gefinancierd?

Naast eigen middelen vanuit eigen keuzes van het lokale bestuur zal dit bestuur ook beroep kunnen doen op subsidies van de Vlaamse overheid , opgedeeld in 2 stromen:

  • Algemeen voor het waarmaken van de regierol(gelinkt aan Gemeentefonds)
  • Specifiek: bij voorrang te besteden aan kleuteropvang met kwaliteitslabel 

Deze subsidiepot zal verdeeld worden op basis van objectieve parameters / indicatoren:

  • Aantal kinderen 2-12 jaar (domicilie / verblijfsregister)
  • Aantal kinderen basisschool (op grondgebied gemeente)
  • Bereik kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften

 

Wat zijn dé uitdagingen voor jeugdbeleid en wat is dan jouw rol? 

Het is heel duidelijk dat dit decreet heel wat invloed zal hebben op de wijze waarop lokale besturen kijken naar de vrije tijd van kinderen en naar initiatieven die hier een rol inspelen. De vrijetijdssector wordt gezien als een belangrijke partner en via zijn regierol zal het lokale bestuur dus zeker invloed en impact hierop hebben.

Als Bataljong zien we dan ook de volgende uitdagingen voor jeugdambtenaren:

  • Het stem geven aan en luisteren naar kinderen en jongeren bij het vormgeven van deze regie die over hun vrijetijd gaat!
  • Het vrijetijdsveld van verenigingen betrekken als gelijkwaardige partner.
  • Het opbouwen van jouw visie hierover.
  • Het binnenbrengen van deze visie, sectorwoordenschat én uitdagingen in de lokale discussie en visievorming

Aangezien heel wat steden en gemeenten nog maar net aan deze denkoefening begonnen is dit superbelangrijk!

 

Waar vind je het decreet terug?

Gewoon even hier klikken en je komt bij het decreet terecht.

 

2° Bataljong stapt mee in het Lerend netwerk "Regie Buitenschoolse Opvang"

Via een Lerend Netwerk met o.a ISB, VDS en VVSG willen we samen de lokale besturen begeleiden in het realiseren van deze uitdaging.

In dit netwerk brengen we steden en gemeenten van allerlei pluimage: centrumstad, landelijke gemeente, zelf organisator buitenschoolse kinderopvang of net niet, met veel middelen of met veel minder middelen, samen. 

Je vindt hier antwoorden op de volgende vragen:

Voor het concrete programma, data en locaties kan je terecht op de website van VVSG bij het overzicht van de opleidingen onder :

Lerend netwerk Regie "Buitenschoolse opvang in samenwerking met vele partners"

 

Wat is de doelstelling van dit lerend netwerk ?

Dit Lerend netwerk zet in op: 

  • informeren,
  • inspireren via praktijkvoorbeelden, maar ook via verfrissende reflecties, 
  • delen van meningen, uitdagingen, inzichten, kennis en ervaringen met relevante sectoren en onderling, 
  • uitwisselen met andere besturen over aanpak, oplossingen en werkwijzen.

In 4 sessies willen we graag de deelnemers overtuigen van de noodzaak van een eigen visie en hen een aantal tools meegeven om deze samen met de relevante actoren op te bouwen.
Of je jezelf nu als trekker ziet hiervan of als mede-actor vanuit een vrijetijdscontext, misschien is het netwerk wel iets voor jou of voor 1 van je collega’s?

Tijdens elke dag is er telkens een gezamenlijk gedeelte, maar gaan we vooral ook aan de slag in kleine werkgroepen.

 

Voor wie is dit netwerk bedoeld?

Lokale besturen zijn nog volop aan het zoeken bij welke ambtenaren deze uitdaging het best terecht komt. Ook jeugddiensten hebben hier een rol, al dan niet als trekker, in te spelen.

Daarom richt het netwerk zich op iedereen die binnen een lokaal bestuur verantwoordelijk is voor het realiseren van een samenwerking tussen de diverse betrokken partijen, zoals scholen, cultuur-, recreatie-, vrije tijd-, jeugd- en sportinitiatieven, speelpleinwerk, deeltijds kunstonderwijs enz.), ongeacht zijn hoofdopdracht.

Beleidsverantwoordelijken en -makers regie buitenschoolse opvang tewerkgesteld in een lokaal bestuur, zowel medewerkers als mandatarissen zijn welkom.

Hierdoor wordt uitwisseling bevorderd met gelijkgezinden of besturen/medewerkers met gelijkaardige uitdagingen.

 

Belangrijke inhoudelijk keuze van Bataljong en het netwerk

De visie-insteek start vanuit de kinderrechten en meer bepaald vanuit deze 5:

Recht op vrije keuze

Ook door volwassenen wordt vrije tijd voornamelijk omschreven als die tijd waarin ze kunnen doen wat ze willen. Vrij zijn van te veel te moeten … Waarom zou dit voor kinderen na schooltijd anders zijn? Een kwalitatief aanbod naar kinderen en jongeren garandeert dan ook deze keuzevrijheid voor kinderen. Heel wat initiatieven gaan daarom op gevarieerde wijze op zoek naar allerlei manieren om dit recht waar te maken.

Recht op spelen

De eigenheid en het zijn van kinderen wordt bepaald door spelen. Ze doen het automatisch, zelfs op heel speelarme plekken. Er is heel wat maatschappelijke druk om naschools kinderen vanuit pedagogisch standpunt nog allerlei extra vaardigheden te leren. In heel wat gevallen zet dit het pure spelen en de waarde ervan onder druk.
Tegelijkertijd is het een hele uitdaging om van na de schoolbel tot slaaptijd zoveel mogelijk speelcontexten te creëren. Zo weinig mogelijk "wachttijd" te hebben. Wachttijd is die tussen 2 speelcontexten vallen. Vb wachten tot je geschminkt wordt, verplaatsing van school naar de opvang, in de gang wachten tot de workshop start, …Doel is maximaal spelen om te spelen creëren.

Recht op bewegen

Kinderen zitten op school al heel wat tijd stil. Naschools verleiden TV en games hen dikwijls nog tot meer sedentair gedrag. Daarom pleiten we voor speelcontexten die kinderen de kans op bewegen bieden. Toch wordt dit bewegen heel dikwijls beperkt: door de beperkte oppervlakte, de capaciteit van de ruimte, slechte akoestiek, ontbreken van uitdagende beweegimpulsen zoals materialen of toestellen, te beschermende houding van de begeleiding…..

een goede visie ga je heel bewust zowel beweging als rust mogelijk maken. Heel wat sport en spel creëert dit maar een goed ontworpen binnen- en buitenruimtes aangevuld met heel wat beweegimpulsen zijn hier onmisbaar.

Recht op rust

Niet enkel kleuters kunnen heel moe zijn van intensief te spelen. Ook andere kinderen hebben nood aan rustperiodes tussen pieken van heel enthousiast bezig zijn. In een zomer met tropische temperaturen zoeken kinderen deze rust zelf op. Beter nog is dit organisatorisch te benoemen en te zorgen dat je dit structureel inbouwt. Actieve momenten variëren met rustigere momenten en zelfs complete rust.

 Het kan in een grote groep kinderen op de piekmomenten best heel druk zijn. Naast rust "momenten" is het dan ook nodig om rust "plekken" te hebben waar kinderen even tot zichzelf kunnen komen zoals een leeshoek of een snoesruimte. Tegelijkertijd heb je nood aan aparte actieve ruimtes waar de energieken wie nood heeft aan rust niet voor de voeten lopen.

Recht op ontwikkelen

Zonder de vrije tijd te willen over pedagogiseren kunnen we toch stellen dat het dé gelegenheid is om kinderen heel wat ontwikkelingskansen te bieden. Kinderen te laten proeven van allerlei vaardigheden. Hen te helpen ontdekken wat ze nóg leuk vinden. Waar ze goed in zijn.

Dit gaat van sociale vaardigheden over creatieve en sportieve vaardigheden tot mogelijkheden tot proberen, experimenteren, ervaren of ze durven.

We moeten beseffen dat er heel wat contexten zijn waarin we dit ontwikkelen vanuit allerlei bezorgdheden gaan beperken. Denk maar hoe ze in Noorse landen van in de kleuterschool leren omgaan met een zakmes terwijl dat in onze Vlaamse kleuterklas taboe is.

Ontwikkelen is allerlei kansen krijgen, in contact komen met nieuwe zaken. Kunnen we muziek maken combineren met de kinderopvang? Kunnen we de sportclubs relevant laten zijn direct na school? Durven we risicovol spelen toestaan om onze kinderen er te leren mee omgaan en beter voorbereidde volwassenen te worden ?

In het volgende schema vind je de relatie van deze 5 rechten tov elkaar in het kader van de uitdagingen.

 

Contacteer ons

Bataljong vzw
Ossenmarkt 3
2000 Antwerpen
03/821.06.06
info@bataljong.be

Volg Bataljong

Nieuwsbrief