fbpx Speelterreinen | Bataljong Overslaan en naar de inhoud gaan

Speelterreinen

Home»Boost je kennis»365 dagen buiten spelen»Speelterreinen

Speelterreinen

Speelterreinen, heb je daar ook zo een liefde-haat verhouding mee?

Je denkt eerst en vooral aan plezier maken, kinderen ongedwongen zichzelf laten zijn maar … Al snel komt de ontnuchtering dat het allemaal niet zo vrijblijvend is. Als je instaat voor de “uitbating” dan komen al snel de kopzorgen. Wat moet je allemaal doen om in orde te zijn met “de wet”? Wat kan wel, wat kan niet?? Wij sommen voor u alvast de belangrijkste weetjes op. Kwestie van duidelijkheid te krijgen in een bos vol regeltjes.

Reglementitis

Speelterreinen en meer bepaald “het uitbaten” is verbonden aan bepaalde regels die opgenomen zijn in 2 Koninklijke besluiten. De overheid, in dit geval de Federale Overheidsdienst Economie, staat in voor het toezicht op de uitvoering van deze KB’s.

We kennen het KB uitbating van speelterreinen en het KB veiligheid van speeltoestellen. Beide KB’s zijn van kracht gegaan op 21 maart 2001. Deze KB’s zijn er gekomen naar aanleiding van de Europese normenreeks EN 1176 die de eisen beschrijft ifv de veiligheid van speeltoestellen. Vooraleer we de KB’s wat meer in detail gaan bekijken eerst misschien duidelijk stellen wat een speelterrein nu juist is!

Een speelterrein is ieder speelplein, speelplaats, etc. waar minimum 1 speeltoestel staat dat bedoeld is voor kinderen of jongeren jonger dan 18 jaar. Uiteraard is dat toestel bedoeld om collectief gebruikt te worden.

 

Voorbeelden zijn:

  • Een schoolspeelplaats,
  • Een speelplein,
  • De kinderopvang,
  • openbare, privé- en indoorspeeltuinen,
  • recreatiedomeinen,
  • skateparken, …

Alle actoren zoals de overheid, de gebruikers van deze terreinen maar ook de constructeurs van speeltoestellen en inspectiebedrijven hebben elk een rol te spelen in dit verhaal. Centraal staat wel het speelplezier dat kinderen moeten krijgen. Dat mag nooit uit het oog verloren worden.

een speelterrein zonder ongevallen is een speelterrein zonder spel!
FOD economie in het handboek Veiligheid van Speelterreinen (1)

A° Het KB betreffende de Uitbating van speelterreinen (aangepast door het KB van 28 september 2003) (2) 

Dit koninklijk besluit somt de algemene veiligheidsvereisten en verwachtingen in functie van inspectie en onderhoud, aanduidingen, aantoonbaarheid en meldingsplicht op waaraan de uitbater moet voldoen. Het beschrijft eveneens enkele kenmerken van een speelterrein:

  • De plek is bestemd voor collectief gebruik
  • Er staat minstens 1 toestel dat duidelijk bedoeld is voor het vermaak van minderjarigen
  • De werking van het toestel is enkel afhankelijk van de zwaartekracht of fysieke menselijke kracht

De uitbater is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn terreinen.

Algemene veiligheidsvereisten

Basiseis: 

Het KB zegt dat een terrein door het publiek pas gebruikt mag worden als het terrein in zijn geheel en alle toestellen die er staan “veilig” zijn. Dit bewijzen kan men op verschillende manieren doen. 

Basisprocedure: Deze procedure is dat men een risicoanalyse uitvoert die het vereiste veiligheidsniveau aantoont. 

Gevarenlijst ➡ Risicoanalyse ➡ Aanpassingen en maatregelen ➡ Vereist veiligheidsniveau

Alternatieve procedure: Deze procedure is er voor toestellen die voldoen aan de Europese normen.

Het vereiste veiligheidsniveau is er bij een overeenstemming met de normen.

Opgelet! Deze alternatieve procedure is dus enkel van toepassing op de toestellen die voldoen aan de Europese normen. Voor het terrein zelf moet deze procedure gevolgd worden. Er bestaan namelijk geen Europese normen hiervoor. 

Inspectie & onderhoud

Als uitbater moet je instaan voor de inspectie en onderhoud van uw speelterreinen en speeltoestellen. Daarom ook verwacht de overheid dat je een inspectie en onderhoudsschema hebt. In dat schema zal je moeten opnemen wanneer je volgende inspecties zal uitvoeren:

  • Visuele inspectie (regelmatig nazicht): Dit soort inspectie kan dagelijks, wekelijks gebeuren. Als uitbater kan u zelf beslissen welke interval u hiervoor aanhoud ifv bv de speeldruk.
  • Periodieke inspectie (onderhoudsinspectie): Deze inspectie is waar men op zijn minst preventief onderhoud zal uitvoeren. Wanneer dat zal gebeuren zal oa. afhankelijk zijn van de voorschriften van de constructeur van de speeltoestellen. Maar ook hier kan de speeldruk het noodzakelijk maken om af te wijken van de voorgeschreven interval.
  • Jaarlijkse hoofdinspectie : Deze inspectie is de enige inspectie die wettelijk vastgelegd is. De interval van deze inspectie is maximum 12 maand na de vorige jaarlijkse hoofdinspectie.
  • Je bent als uitbater niet verplicht om voor deze inspecties en onderhoud een beroep te doen externe partijen. Weet ook dat er geen erkende instanties bestaan voor deze inspecties! Je mag deze dus gerust in eigen beheer uitvoeren zolang de personen die deze uitvoeren over voldoende technische kennis beschikken.
Aanduidingen

Ieder speelterrein moet een infobord hebben zodat voor bezoekers duidelijk is wie de uitbater is en hoe ze deze kunnen contacteren. De informatie moet uiteraard in de taal of talen van het gebied opgenomen zijn.

Ieder speeltoestel moet over een uniek alfa numerieke identificatie beschikken (bv A 1, NK02, etc.)

Aantoonbaarheid

Als uitbater moet men kunnen aantonen dat men als een goede huisvader zijn terreinen beheerd en dus voldoet aan de verplichtingen. Dit kan het best door alle relevante informatie en documenten zoals de risicoanalyse verslagen, inspectierapporten, herstelopdrachten, etc bij te houden in een logboek. Dit logboek kan zowel analoog als digitaal zijn.

Meldingsplicht

Als er zich een ernstig incident of een ongeval voordoet dan moet de uitbater dit meteen melden aan het centraal meldpunt (3) van FOD Economie.

  • Een incident is een gebeurtenis die had kunnen leiden tot een ongeval. Met andere woorden het is net goed afgelopen zonder erge gevolgen!
  • Een ongeval is een gebeurtenis waardoor het slachtoffer minstens medische hulp nodig heeft. Uiteraard is dat niet voor oppervlakkige schaafwonden maar dan weer wel bij bv botbreuken of erger. Twijfel je, dan kan je beter de melding maken.
Samengevat:
  1. Er moet een risicoanalyse gebeuren voor ingebruikname van een nieuw speelterrein of bij significante wijzigingen aan de toestand van het terrein.
  2. Daar waar nodig moeten er preventiemaatregelen genomen worden. Door de aanpassingen of andere maatregelen zorgt men ervoor dat onaanvaardbare risico’s verdwijnen en men dus tot een aanvaardbaar veiligheidsniveau komt.
  3. Zowel het terrein als de toestellen zijn voorzien van de noodzakelijke aanduidingen.
  4. De inspecties en het onderhoud worden effectief uitgevoerd zodat het veiligheidsniveau gegarandeerd blijft.
  5. Men houd een administratie bij (logboek) dat aantoont hoe de risicoanalyse, preventiemaatregelen, inspecties en onderhoud zijn gebeurd.
  6. Als er zich een incident of ongeval voordoet men melding maakt hiervan.

B° Het KB betreffende de veiligheid van speeltoestellen (aangepast door het KB van 28 september 2003)(4)

Dit koninklijk besluit slaat dus uitsluitend op de speeltoestellen. Het bevat enerzijds de beschrijving van wat een speeltoestel is en anderzijds de mogelijkheid dat een speeltoestel niet voldoet aan de Europese norm. Dit zorgt ervoor dat in België speeltoestellen niet verplicht “normconform” moeten zijn. Dus de verplichting van een certificaat van goedkeur geldt niet in België!

In detail wordt beschreven wat de uitbater van de producent moet ontvangen bij de aankoop en installatie van een speeltoestel. Ook de vermeldingen die de producent moet voorzien op zijn toestellen is hierin opgenomen. Daarnaast is er een gevarenlijst opgenomen waar de producent van speeltoestellen zeker rekening moet mee houden. Deze lijst is niet exhaustief.

Dit koninklijk besluit is dus vooral gericht op hij of zij die speeltoestellen bouwt of inspecties uitvoert.

Wil je dieper graven in de informatie?

Volg dan zeker de vorming van Speelom hierrond. Je zal dan beter kunnen beslissen wat er nodig is voor jouw gemeenten om te voldoen aan de wetgeving EN je zal beter keuzes kunnen maken bij o.a. aanbestedingen, ontwerpen van terreinen, controlesystemen opzetten, wie je voor wat nodig hebt in jouw bestuur.

Verder kunnen de volgende verwijzingen je alvast op weg helpen:

  1. Handboek Veiligheid van Speelterreinen
  2. Het KB betreffende de Uitbating van speelterreinen
  3. Centraal meldpunt FOD Economie
  4. Het KB betreffende de veiligheid van speeltoestellen
  5. Infopagina Veiligheid van speelterreinen FOD Economie
  6. Speelom: vormingscentrum
  7. Kind & samenleving: Kennis & expertisecentrum
  8. TECCP: netwerkvereniging voor “speel” professionals
  9. Speelom: vorming opleiding en info

 

Deze pagina werd geschreven door Koen de Martelaere, instructeur bij Speelom. Bedankt Koen! 

Stallaert
Filip
Regionale ondersteuning Oost-Vlaanderen
03 821 06 08

Contacteer ons

Bataljong vzw
Ossenmarkt 3
2000 Antwerpen
03/821.06.06
info@bataljong.be

Volg Bataljong

Nieuwsbrief